Update – Uitkomsten overleg over pensioencompensatie

- English version below -

Zoals eerder met jullie gedeeld hebben wij samen met de andere vakbonden jullie zorgen met de bank gedeeld met betrekking tot de mogelijke gevolgen voor medewerkers die door een reorganisatie vóór de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel uit dienst treden. Er is naar aanleiding hiervan een werkgroep samengesteld. Deze werkgroep heeft inmiddels haar eerste bijeenkomsten gehad en er heeft een vervolggesprek plaatsgevonden tussen de bonden en de bank.

Wat is er aan de hand?

In het transitieplan van het oude pensioenstelsel naar het nieuwe pensioenstelsel is een compensatie afgesproken voor het afschaffen van de doorsneepremiesystematiek (in hoofdstuk 5 van het transitieplan is hier meer over te lezen). Deze compensatie is bedoeld om het tekort aan premie vanaf de overgang naar de nieuwe pensioenregeling (streefdatum 1 januari 2027) tot aan je AOW-leeftijd te compenseren in vergelijking met de huidige pensioenregeling. Daarom is destijds afgesproken dat deze compensatie alleen toegekend wordt aan actieve deelnemers van het pensioenfonds. De compensatie wordt bekostigd uit de premiereserve en de buffer van het pensioenfonds en wordt in één keer in je pensioenpot gestopt.

Door de reorganisaties die nu gaande zijn in verband met de nieuwe strategie van de bank kan het dus voorkomen dat medewerkers deze compensatie net mislopen omdat ze vlak voor de transitiedatum uit dienst gaan. Daarom heeft de werkgroep uitgezocht of het binnen de gemaakte afspraken mogelijk is om toch aanspraak te maken op de compensatie.

Uitkomst

Wij zijn blij te kunnen melden dat dit overleg een concrete oplossing heeft opgeleverd. De bank heeft bevestigd dat voor medewerkers die worden aangezegd in het kader van reorganisaties de mogelijkheid bestaat om de pensioenopbouw vrijwillig en voor eigen rekening voort te zetten tot en met de (uitgestelde) transitiedatum. Hierdoor blijft het voor deze medewerkers mogelijk om toch in aanmerking te komen voor de eenmalige compensatie bij ABN AMRO Pensioenfonds.

Voorwaarden en aandachtspunten

1.              Deze regeling geldt alleen als je vanaf 1 maart 2026 de bank verlaat op grond van een beëindigingsovereenkomst volgens het Sociaal Plan tot en met de transitiedatum (streefdatum 1 januari 2027).

2.              De voortzetting van de pensioenopbouw vindt plaats voor eigen rekening. Dit betekent dat de pensioenpremie (zowel het werknemersdeel als het werkgeversdeel) gedurende de te overbruggen periode vanaf de datum van uitdiensttreding tot en met de transitiedatum als bruto totaalbedrag ineens in mindering wordt gebracht op de netto vertrekpremie volgens het Sociaal Plan.

3.              Je kunt alleen gebruik maken van deze regeling als jouw netto vertrekpremie voldoende bedraagt om daarop de volledige bruto kosten van voortzetting van de pensioenopbouw in mindering te brengen. Je kunt de bruto pensioenpremie in mindering brengen op je IB-aangifte zodat je de belasting daarover (naar verwachting) terugkrijgt. De bank is hierbij niet betrokken en eventuele fiscale gevolgen komen voor rekening van de medewerker.

4.              Je kunt geen gebruik maken van deze regeling als je elders een pensioen opbouwt tussen je vertrekdatum bij de bank en de transitiedatum (streefdatum 1 januari 2027), bijvoorbeeld doordat je elders in loondienst bent getreden. Je mag vanwege fiscale regels namelijk niet dubbel pensioen opbouwen. Eventuele fiscale gevolgen komen voor rekening van de medewerker.

5.              Als je van deze regeling gebruik maakt maar op enig moment elders pensioen gaat opbouwen (bijvoorbeeld doordat je elders in loondienst bent getreden), moet je dit direct aan de bank melden. De pensioenopbouw stopt dan onmiddellijk. Je komt dan dus niet meer in aanmerking voor de pensioencompensatie. De bank zal jou in dit geval de te veel betaalde kosten van pensioenopbouw terugbetalen. Deze kosten betreft de pensioenpremie (zowel het werknemersdeel als het werkgeversdeel) vanaf de datum dat de pensioenopbouw is gestopt. De tot deze datum voortgezette pensioenopbouw blijft intact en zal niet ongedaan worden gemaakt.

6.              De verwachting is dat het vrijwillig voortzetten van de pensioenopbouw na uitdiensttreding geen nadelige gevolgen heeft voor een eventuele WW-aanvraag. Voor het verkrijgen van een WW-uitkering is vereist dat je beschikbaar bent voor werk. Mocht het UWV onverhoopt een WW-uitkering weigeren wegens de met de bank gemaakte afspraak over pensioenvoortzetting, dan word je aangeraden hiertegen bezwaar aan te tekenen.

7.              De kans bestaat dat de transitiedatum wordt uitgesteld. Het pensioenfonds heeft namelijk goedkeuring van DNB nodig om over te kunnen stappen naar de nieuwe pensioenregeling. Als die goedkeuring er niet op tijd komt, zal sprake zijn van uitstel. De kans op uitstel is niet groot maar wel aanwezig. De transitiedatum is bij diverse pensioenfondsen al uitgesteld. Uitstel van de transitiedatum betekent dat je de pensioencompensatie alsnog misloopt, tenzij je de voortgezette pensioenopbouw voortzet tot en met de nieuwe transitiedatum. In dat geval betaal je vanaf 2 januari 2027 maandelijks vooraf de daarmee gemoeide pensioenpremie (zowel het werknemersdeel als het werkgeversdeel) aan de bank.

8.              Daarnaast bestaat de kans dat de hoogte van de pensioencompensatie wijzigt als DNB niet akkoord gaat met de huidige berekeningswijze. Om deze reden wordt uitgegaan van een indicatieve berekening van de pensioencompensatie in de rekentool (deze volgt later via communicatie vanuit de bank).

Hoe nu verder?

Als Our NEXT Move zijn wij tevreden met deze oplossing. Medewerkers krijgen een eerlijke kans om de pensioencompensatie – waar zij anders door de timing van reorganisaties mogelijk buiten zouden vallen – alsnog te verkrijgen.

Wij blijven samen met de andere bonden nauw betrokken bij dit traject en houden jullie uiteraard op de hoogte van verdere ontwikkelingen binnen de werkgroep en het bredere overleg met de bank.


- English version -

Update – Outcomes of the consultation on pension compensation

As previously shared with you, we, together with the other unions, have conveyed your concerns to the bank regarding the possible consequences for employees who will leave employment due to a reorganisation before the transition to the new pension system. In response, a working group has been established. This working group has now held its first meetings, and a follow‑up discussion between the unions and the bank has taken place.

What is going on?

In the transition plan from the old pension system to the new pension system, compensation has been agreed for the abolition of the doorsneepremie system (more details can be found in Chapter 5 of the transition plan). This compensation is intended to offset the contribution shortfall from the transition to the new pension scheme (target date 1 January 2027) until your state pension age, compared to the current pension scheme. Therefore, it was agreed that this compensation would only be granted to active participants of the pension fund.

The compensation will be funded from the contribution reserve and the buffer of the pension fund and will be deposited into your pension pot in one lump sum.

Due to the reorganisations currently underway as part of the bank’s new strategy, some employees may just miss out on this compensation because their employment ends shortly before the transition date. The working group has therefore examined whether it is possible, within the agreed framework, to still qualify for the compensation.

Outcome

We are pleased to report that this consultation has produced a concrete solution. The bank has confirmed that employees whose employment is terminated as part of the reorganisation will be allowed to voluntarily continue their pension accrual at their own expense up to and including the (postponed) transition date. This enables these employees to still qualify for the one‑off compensation from the ABN AMRO Pension Fund.

Conditions and key points

  1. This arrangement applies only if you leave the bank on or after 1 March 2026 under a termination agreement based on the Social Plan, up to and including the transition date (target date 1 January 2027).

  2. The continuation of pension accrual is at your own expense. This means that the pension contribution (both the employee and employer portions) for the period from your termination date up to the transition date will be deducted as a single gross amount from your net severance payment under the Social Plan.

  3. You may only use this arrangement if your net severance payment is sufficient to cover the full gross cost of continuing pension accrual. You can deduct the gross pension contribution in your income tax return, which should allow you to recover the tax paid. The bank is not involved in this, and any tax consequences are the employee’s responsibility.

  4. You cannot make use of this arrangement if you accrue pension elsewhere between your departure from the bank and the transition date (target date 1 January 2027), for example by taking up employment elsewhere. Tax rules do not allow you to accrue pension twice. Any tax consequences are the employee’s responsibility.

  5. If you make use of this arrangement but later begin accruing pension elsewhere (e.g., by starting a new job), you must immediately inform the bank. Pension accrual under this arrangement will then stop immediately. You will no longer qualify for the pension compensation. The bank will refund the pension contributions paid for the period from the date pension accrual stops (both employee and employer portions). Pension accrual up to that date remains valid and will not be reversed.

  6. It is expected that voluntarily continuing pension accrual after leaving employment will not negatively affect any unemployment benefit (WW) application. To receive WW, you must be available for work. Should the UWV unexpectedly deny a WW benefit because of the arrangement with the bank regarding pension continuation, you are advised to file an objection.

  7. There is a possibility that the transition date will be postponed. The pension fund needs approval from the Dutch Central Bank (DNB) to transition to the new pension scheme. If this approval is delayed, the transition will be postponed. Although the chance of postponement is small, it is possible—and several pension funds have already postponed.
    If the transition date is postponed, you will still miss out on the compensation unless you continue the pension accrual up to the new transition date. In that case, starting 2 January 2027, you must pay the associated monthly pension contribution (both employer and employee portions) to the bank in advance.

  8. There is also a possibility that the level of compensation will change if DNB does not approve the current calculation method. For this reason, the compensation calculation in the forthcoming calculation tool (to be provided by the bank) will be indicative.

What’s next?

As Our NEXT Move, we are satisfied with this solution. Employees now have a fair opportunity to still receive the pension compensation—something they might otherwise miss out on purely due to the timing of reorganisations.

We, together with the other unions, will remain closely involved in this process and will keep you informed of further developments within the working group and the broader discussions with the bank.